Totaal aantal pageviews

maandag, januari 16, 2012

Alles
















Er zit iets van jou
In alles waar ik van hou

donderdag, september 22, 2011

State of confusion

Ja, ik ben een taalneuker.
Ik ken mensen die een kick krijgen van ingewikkelde sommen, je ziet ze vol glunderend enthousiasme op een whiteboard uitleggen waarom iets is zoals het is, maar mij zijn ze bij de eerste vereenvoudigde breuk al helemaal kwijt. Ik heb het allemaal geleerd op school, maar het boeit me geen reet.
Soms vraag ik me af of andere mensen dat zelfde gevoel hebben bij mijn taalgezeur, als ik weer eens iemand verbeter die zegt 'Er zijn een aantal zaken...' (Het is EEN aantal dus het IS een aantal zaken, snauw ik als het braafste jongetje van de klas)

Ik vind het geweldig hoe mijn nicht Iris vroeger ooit in Artis zij over de tijger: 'is geen reiger he?'. Alleen een kind kan die link leggen. Net zoals mijn Australische maat Jason zo moest lachen om de plaatsnaam Helmond. Helmond? Is that what you have in the morning, hellmouth? Je brein moet een kronkel hebben om zoiets te bedenken, je moet als het ware als buitenstaander naar taal kijken: zoals een kind of iemand die de taal niet goed machtig is.

Paulien Cornelisse heeft een leuk boekje over dit onderwerp geschreven: Taal is zeg maar echt mijn ding heet het. In mijn hoofd bedenk ik dan al gelijk dat ik óók een boek wil schrijven, met de titel Faal is zeg maar echt mijn ding Ik snap Paulien zo goed als ze zich verbaast over mensen die Paprika uitspreken als Paaaaprika. Heerlijk irritant.

Ik had volgens mij een punt toen ik daarnet begon te schrijven. Wat was het?
Oh ja! Ja, ik weet het weer: er is een term die de laatste tijd te pas en te onpas opduikt in de media, en die volgens mij gewoon gebruikt wordt als iemand iets doet wat anders, bijzonder of gewoon vreemd is: een verward persoon.
Iemand die in het Concertgebouw onveracht dicht bij de koningin kan komen en een preek houdt over de Islam, dat is een verward persoon. Dat kan niet anders. Iemand die ze allemaal op een rijtje heeft, bedenkt zoiets toch niet? Het valt me sowieso op dat de term verward persoon meestal wordt gebruikt bij mannen (het zijn nooit vrouwen) die iets potentieel gevaarlijks doen: een verwarde man gooit iets naar de Gouden Koets, een verwarde man loopt amok te maken op schiphol, een verward persoon loopt in Alphen aan den Rijn met een paar pistolen.
Nooit hoor je over een verwarde man die op een kinderboerderij heel lief de jonge geitjes melk uit een flesje aan het voeren was.

Hoe vaker ik zoiets lees, hoe harder ik me realiseer dat volgens mij alle mannen altijd verward zijn. Dat is wat ons man maakt: de totale verwarring over het leven zelf! Het is het über-pleonasme!
Terwijl ik dit schrijf, moet ik ineens terugdenken aan een paar jaar geleden toen mijn inmiddels ex-stiefdochtertje D. net naar de kleuterschool ging. Na een paar maanden wijsneuzerij kreeg ze een nieuwe juf wegens de een of andere omstandigheid. Tijdens het ontbijt en onderweg naar haar school herhaalde ik de opmerking die zij (ik moest al lachen bij het idee alleen) haar nieuwe juf moest mededelen: Juf, je mag nóóit een pleonasme met een tautologie verwarren hoor!!

Zelden heb ik een vrouw verwarder zien kijken als toen. Ik gaf D. ongemerkt een knipoog, keek de juf aan met een blik die zei 'ik heb geen idee waar ze zulke shit vandaan haalt'.
Totale verwarring. I love it.

maandag, september 19, 2011

In too deep

Lights go down it's dark
The jungle is your head
Can't rule your heart
A feeling so much
Stronger than a thought
Your eyes are wide and though
Your soul it can't be bought
Your mind can wander

Hello hello
I'm at a place called Vertigo
It's everything I wish I didn't know
Except you give me something
I can feel, feel



Weet je wat een heel bijzonder bouwwerk is?

De Twijfeltoren.

Aan de top van de Twijfeltoren hangen lange touwen van wel driehonderd meter lang, helemaal tot op de grond. Het vreemde aan de Twijfeltoren is niet zijn hoogte, niet het feit dat hij lijkt op dat bouwwerk in Parijs, nee: het bizarre aan de Twijfeltoren is dat je op de top begint! In plaats van onderaan de trap naar boven te kijken om te zien hoeveel treden je nog moet beklimmen, is het bij de Twijfeltoren een kunst om met beide voeten op de grond terecht te komen!

Eén van de snelste manieren om vanaf de top naar de vaste grond te raken, is door je vast te klampen aan een van de lange touwen. Wees niet bang, ze zijn stevig genoeg om heel veel mensen tegelijk te kunnen dragen, strek je armen maar naar het touw, grijp het touw vast en voel houvast. Als je houvast hebt, is het eigenlijk simpel: hak de knoop door.

Hak de knoop door en je valt vanzelf naar beneden. Het grappige is dat je altijd op je pootjes terechtkomt. Ik zal je vangnet zijn. Alles komt goed. De Twijfeltoren is mooi om te zien, boven aan de top is het veilig en vertrouwd, maar beneden is het uitzicht echt veel en veel mooier. Bovendien kun je op de grond heel veel verschillende richtingen uit: je kunt naar links, je kunt naar rechts, je kunt verdwalen (ik wijs je de weg met liefde) en als je echt geluk hebt raak je het Noorden kwijt. Oost West, thuis best.

Toe, wees niet bang en spring in het diepe.
Spring in het diepe en verdrink, godverdomme.

maandag, augustus 15, 2011

Met het oog op de toekomst

Ik zit in een periode vol flashbacks, fast-forwards, dagdromen en nachtmerries.
Het is niet de eerste keer en het zal ook vast niet de laatste keer zijn.
Nou weten de meeste mensen die mij kennen ondertussen wel dat onder dat milimeterdunne laagje van hardheid en gespeelde nuchterheid een wirwar van ongeorganiseerde troep schuilgaat, een soort gemarmerde toverbal van spiritualiteit, onzekerheid, angsten, twijfel en woede.


Voorbeeld.
Ik heb sinds gisteravond oogontsteking. Aan mijn rechteroog.
In mijn veertigjarige leven heb ik twee keer eerder oogontsteking gehad, beide keren aan mijn rechteroog.
Beide keren werd kort na die ontsteking mijn hart gebroken, of brak ik het zelf, dat hang er vanaf aan wie je het vraagt.
Ook heb ik weer dezelfde dromen die me eens in de zoveel jaar op de hielen zitten: die ene droom waarbij ik kan vliegen, of beter: door de lucht lopen. Alles lijkt super, het is allerminst een nachtmerrie, tot het moment dat ik op de grond (stel je voor dat ik zo hoog in de lucht loop als... als.... als een wolkenkrabber of een hele hoge kerktoren, dat niveau zeg maar) zie waar ik wezen moet. Meestal is dat mijn huis, ook al ziet dat huis er in je droom altijd anders uit dan in het echt.

Ik zie mijn huis in de verte, en ik probeer vaart te minderen en te dalen, zodat ik goed uitkom daar waar ik wezen moet. Alleen ik ga te snel en ik zit te hoog. Ik vlieg mijn huis voorbij en ik moet omkeren. Wat ik ook doe, ik weet het nooit goed uit te kienen, en ik word badend in het zweet wakker. Meestal is het dan een uur of vijf in de ochtend.

Een andere droom die ik weer voor mijn kiezen krijg, is die droom waar ik weer terug op de middelbare school zit omdat ik mijn diploma ineens toch niet meer heb. Die droom doet pijn in elke vezel van mijn ziel. Het is niet zo leuk als vroeger, ik ben niet populair zoals ik dat was en de school is altijd leeg en donker en verlaten. Ik voel me ellendig in die droom, en dat gevoel is er nog steeds als ik al lang weer wakker ben en de dag is begonnen.

Dan zijn er nog mijn dagdromen, die jullie geen moer aangaan.
Ja, ik heb godverdomme dagdromen alsof ik een puber ben, ik ben er niet trots op.
Ik heb dagdromen, ik vlieg te hoog, ik vlieg te hard en ik moet terug naar school omdat ik het verkeerd doe. Ik snap het.

Ik snap het en ik voel dat het de verkeerde kant op gaat en ik weet niet zo goed wat ik moet doen.
Alles gaat lekker; ik heb een nieuwe baan, een nieuwe auto, de wind lijkt me eindelijk een duw onder mijn lamme vleugels te geven, en ik voel me de laatste dagen niet zo vrolijk als ik misschien zou moeten, en dat voelt niet goed.....

Wellicht stel ik me aan en is het slechts een klein stukje vals plat, Plet, waar ik tegenop moet fietsen. Misschien is het uitzicht bovenop de berg wel fantastisch en schijnt de zon daar volop en besluit ik voor altijd dáár te blijven waar ik mijn geluk heb gevonden: bovenop de berg, tussen het groen, in de zon.
Misschien haak ik halverwege af, omdat ik een slappeling ben en ik de top nou eenmaal binnen bereik wil hebben, omdat ik wil zien waar ik naartoe fiets, en ik niet het risico wil lopen me een hartverzakking te fietsen voor een top die je nooit kan halen.
Misschien flikker ik onderweg wel in een ravijn, vlieg ik uit de bocht in mijn haast en breek ik al mijn botten en en passant mijn hart wel op een rotsblok.

Misschien ben ik een slappeling en had ik nooit aan deze tocht moeten beginnen... het leek me gewoon een leuk tochtje, ik zag die berg in de verte en wilde zien hoe het aan de andere kant was.

Misschien had ik thuis moeten blijven en nooit moeten gaan vliegen.

maandag, juli 18, 2011

Slippery People

These are strange days, we're living in today.

Vier jaar geleden begon ik een stukje met precies deze zelfde zin, gezongen door Robbie Williams. Diezelfde Robbie Williams vond ik trouwens lange tijd maar een eikel, maar dat kwam voornamelijk doordat mijn toenmalige vriendin fan van hem was. Als gevolg van een een laf soort afstotingsmechanisme wat zich kennelijk meester van mijn onderbewustzijn had gemaakt, vond ik alles wat zij leuk vond in een reflex vanzelf niet leuk. Achteraf denk ik dat dat kwam doordat ik te schijterig was om in te zien dat onze relatie al jaren een terminale kankerpatiënt was, waar geen bestraling tegenop gewassen zou zijn. Me hier al te bewust van worden, zou betekenen dat er consequenties aan verbonden moesten worden: ga weg bij dat wijf. Leef je leven en word gelukkig zonder haar. Dat zou alleen in strijd zijn met mijn toen heersende overtuiging dat ik te allen tijde een steun en toeverlaat aan mijn zijde nodig had om niet krankzinnig te worden. Een catch 22 waar je zonder goddelijke inmenging moeilijk uit kunt breken, tenzij een diepere kracht in de krochten van je onderbewuste ziel zich roert en ervoor zorgt dat je de ander langzaam maar zeker zo tergt en uitknijpt, dat vluchten de enig resterende optie is.

Het mooie is dan meteen dat je de schuld gevoeglijk bij de ander kunt leggen (dat kutwijf heeft me verlaten!), wat het allemaal een stuk draaglijker maakt qua zelfreflectie. Hoe dan ook, ik had weinig met Robbie Williams totdat het lot Robbie en mij samenbracht. We stonden oog in oog met elkaar in Amsterdam Zuidoost, hij vroeg hoe het met me ging en ik antwoordde 'prima, hoe gaat het met jou?', maar ik kon niet goed verstaan wat hij vervolgens zei, vanwege het gekrijs van veertigduizend hysterische wijven. Ik keek om me heen en ik zag dat ik niet alleen was in dit stadion. Ik besloot nog even te blijven en meneer Robbie blew me away zoals ze dat zeggen. Ik was bijkans bekeerd tot het Robbiedom en besloot niet veel later, toen mijn inwendige klootzak de strijd met het mokkel had gewonnen (ze ging er vandoor met een kerel van veertien jaar ouder, nota bene een klootzak die ik twaalf jaar eerder aan haar had voorgesteld, het noodlot haat me nou eenmaal) om de zin Screw you I didn't like your taste anyway voor altijd een eeuwig hard mee te zingen.

Strange days dus. Toen, vier jaar geleden en nu weer. Ik ben er de persoon niet naar om te pas en te onpas de sentimentele klootzak uit te gaan hangen, maar dat ik met grote regelmaat de blues in mijn botten heb zitten, dat mag onder de hand wel bekend zijn. Mensen om me heen denken meestal dat ik een grapje maak als ik ze eerlijk beken dat ik vol angsten en onzekerheden zit en een aangeboren aanleg voor depressies heb. Ha ha, heb je hem weer, zie je ze denken. Die Arrrr, altijd in voor een geintje. Onzeker, hoor hem nou weer... of je Moeder Theresa in een dronken bui hoort zeggen dat ze met drie vingers tegelijk masturbeert. Of nee, die vergelijking klopt niet. Ach, het is duidelijk wat ik bedoel en zo niet dan weet ik het ook niet.

Toen ik daarstraks achter het klavier van de knoppen van mijn toetsenbord ging zitten, geloof ik dat ik in mijn achterhoofd een soort van idee had, een onderwerp wat zich tussen de regels zou gaan manifesteren, om aldus als uitlaatklep voor mijn diepste emoties te fungeren. Iets met een mevrouw met een hond, maar zoals zo vaak loopt het anders dan de bedoeling en voor je het weet zit je te raaskallen over Robbie Williams en Moeder Theresa en heb je de rode draad al uit je poten laten vallen voordat je hem goed en wel vast had. Het beste is dan om heel die shit gewoon weg te stoppen achter je maag, daar waar alle andere pijn zit en te doen of de zon schijnt en snel over iets totaal anders te praten.

Zo zat ik vorige week met een goede vriendin op een terrasje achter een glas Grolsch, terwijl zij doorratelde over haar relationele en emotionele issues. Mijn god, dacht ik, terwijl ik naar de dikke kont van een langslopende negerin keek, het kan godverdomme altijd nog neurotischer. Ik knikte af en toe zoals iemand knikt die aandachtig luistert, maar mijn gedachten waren elders. Ze is niet helemaal Nederlands, wat ik haar vergeef omwille van onze vriendschap die dit jaar haar tweeëntwintigjarige jubileum viert. Als gevolg van haar duo-culturaliteit (als dat nog geen bestaand woord is, dan wordt het godverdomme tijd.) klapte ze er af en toe onbegrijpelijke spreekwoorden en gezegdes uit, zoals hij ging met zijn ziel onder zijn schoenen naar buiten of ik ben alleen zo bang dat ik mijn eigen kaarten aan het verbranden ben. Geen idee wat ze bedoelde, en ik had ook geen zin om er naar te vragen. Ik vond het wel grappig, die ter plekke bedachte spreekwoorden.

Een paar dagen later -niet geheel toevallig op de tiende sterfdag van Herman Brood- sprak ik de ex van de eerste alinea. Koetjes en kalfjes passeerden de halfjaarlijkse revue, en ze begon op een bepaald moment te vertellen over haar pijnlijke teen. Ze was met haar lamlul kwaad weggelopen uit een restaurant, omdat de bediening niet goed was of zoiets banaals. Typerend voor haar, werd haar hooghartige show ter plekke gedevalueerd tot een slapstick, omdat ze met haar te hoge hakken aan haar lompe poten van een richel afdonderde en zich ternauwernood aan het tafelkleed van een dinerend echtpaar wist vast te klampen.
Als gevolg van die actie had ze een duim of vinger (ik luisterde niet echt naar haar gewauwel) uit de kom getrokken of zoiets, ik weet het niet meer precies. Het was een of ander lichaamsdeel wat zeer deed door de actie die alleen een kalf zoals zij kon uitvoeren in ieder geval.

De dag na ons gesprek, vertelde ze, had ze een controle-afspraak bij de dokter, die naar haar duim (of vinger) zou kijken, om te beoordelen of de boel goed hersteld was. Alleen, zo verklapte ze mij, had ze inmiddels meer last van haar voet dan van die hele vinger (of duim), omdat ze een paar dagen eerder naast haar slipper was gaan staan. Ik onderbrak haar gemekker. Naast je slipper gestaan? Ik ken die uitdrukking niet, mens. Wat bedoel je met naast mijn slipper gaan staan? Ze schoot in de lach. Niemand, dacht ik, niemand is zoals ik. Niet veel later hingen we op, weer op de hoogte van elkaars situatie: zij irritant gelukkig met een rijke klootzak, ik nog steeds zoekend als een hond naar een sok in een vreemd huis.

Vrienden, wat er ook gebeurt, beloof me plechtig dat jullie nooit, maar dan ook nooit naast je slipper gaat staan.

Amen.

zondag, juli 10, 2011

Het Spaanse Graan heeft de orkaan doorstaan

Dat mens he, die verdwaald was in Spanje en die ze na drie weken hebben teruggevonden...ik snap het niet.
Het is godverdomme niet alsof dat wijf spoorloos is geraakt in de Kalahari-woestijn of ergens halverwege de noordkant van de Eiger.

Ik bedoel: hoe erg kan je in vredesnaam verdwalen na een wandelingetje over een voetpad aan de Spaanse Costa's?
Ik heb beelden gezien van de omgeving en echt.... wat de fuck was er mis met dat mokkel? Goed, ik kan me nog voorstellen dat je na acht uur lopen, waarvan de helft verkeerd, je op een goed moment geen idee meer hebt waar je bent, waar je vandaan komt en waar je naartoe moet. Zover kan ik nog meegaan in dit ondiepe drama.
Ook ik heb wel eens na een paar uur op de fiets gezeten en me afgevraagd of ik nou al op de terugweg was, of dat ik mezelf alleen maar verder aan het verwijderen was van het startpunt. Kan de beste overkomen. Of nee; niet de beste natuurlijk, maar wel heel veel normale mensen in ieder geval.

Goed. Acht uur gelopen in een Europees land, in de meest toeristische streek die je kan aanwijzen op de kaart van het Iberisch Schiereiland. Even klote, even lastig, maar volgens mij niet meteen iets om in paniek van te raken. Veel lastiger dan een dag in een willekeurige richting wandelen om de bewoonde wereld weer te bereiken kan het nooit zijn. Echt niet.

Maar wat doet dat teringmokkel? Die gaat godverdomme haar kamp opslaan, bij de pakken neerzitten en zich daar settelen alsof ze de Nieuwe Wereld heeft ontdekt.
Volgens mij las ik ergens dat ze een bed had gemaakt van gras, een matras van kippeveren, een voordeur van drijfhout en een atoomkelder van kiezelstenen. Ze was net begonnen aan een bioscoop, waarna ze aan het project 'supermarkt' zou beginnen.

Het doet me allemaal denken aan die jood die op een onbewoond eiland aanspoelt nadat zijn schip is gekapseisd. Na zes jaar wordt hij teruggevonden en een ploeg van CNN komt zijn schuilplaats filmen. In de loop van de jaren, en uit pure bezigheidstherapie om niet gek te worden, had de jood een half dorp gebouwd. Hier, zij hij trots, hier is het dorpsplein, hier kun je het schoolgebouw zien, hier de synagoge, als je even doorloopt zie je hier de bioscoop, en hier de andere synagoge. Hier kun je.. hela, zei de reporter, twéé synagogen? Wat moet je in vredesnaam met twéé synagogen als je in je eentje op een eiland woont? Is die ene soms niet genoeg? Jawel, antwoordde de jood, maar die oude synagoge, daar zet ik geen voet meer over de drempel!

Ik denk dat je zelf een druppel joods bloed moet hebben om hem leuk te vinden, maar dit Nederlandse mokkel in de Spaanse bergen deed me heel erg aan de kritische jood denken. Acht uurtjes verdwalen en vervolgens godverdomme drie weken (DRIE WEKEN!!!) gaan zitten wachten op hulp. Hoe lui kan je zijn? Denkt die hoer dan niet na een paar dagen 'dit wordt niks... ik trek mijn schoenen aan en ik ga op pad' of zoiets?
Op welk moment zou de teef alsnog besloten hebben om zelfredzaam te gaan handelen?

Ik zweer je dat het deze kut was die eens in paniek 112 belde omdat ze al een uur vast zat op de roltrap. Die vol trots rondbazuint dat ze eens een hele avond heeft moeten overleven in een restaurant, met niets anders te eten dan wat er op de menukaart stond. Waarschijnlijk kon ze vanaf haar schuilplaats gewoon haar hotel aan de overkant van de straat zien staan. Gedurende drie weken ging ze gewoon elke ochtend even naar de bakker om de hoek, en trok zich weer terug op haar bed van gras.

Iedere dag worden we geconfronteerd met nieuwsfeiten, met oorlog, geweld, politieke onzin, natuurrampen en noem het godverdomme allemaal maar op. Bij vrijwel alles haal ik mijn schouders op, murwgeluld als we van mijn generatie zijn. Zonder probleem vreet ik mijn tweede portie lasagna op, terwijl ik naar een negerkindje met een bol buikje en een smoel vol vliegjes zit te kijken bij de freakshow van Socutera. Voor het slapengaan nog even een brandende kindercrèche in Bagdad bekijken, om 's ochtends half Azië weggespoeld zien worden door een grote golf. Het zal allemaal wel.

Het is het soort kalveren als die Limburgse teef die me van mijn stuk brengen..... ik loop al een week met een vraagteken boven mijn hoofd, ik snap het echt niet.

Echt niet.

donderdag, juni 23, 2011

Orde van de Leeuw

Ik zag vanochtend deze advertentie online. Gespannen canvas. Moet je insmeren met Oxazepam.
Als je gaat zwemmen: nooit zinkzalf gebruiken.

De spanning van het Artist canvas (waarom heet dat zo?) zal ongeveer te vergelijken zijn met de spanning van mijn anus de laatste dagen. Ik bedoel niet dat ik een speciale anus heb, of dat er een specifieke reden is om daar de aandacht op te vestigen. Ik denk dat ik een van de saaiste anussen -of is het ani- heb van Nederland. Zelden verdwijnt er iets in wat er volgens Moeder Natuur niet in thuishoort. Hooguit een thermometer of verdwaalde zetpil. Of nee, dat laatste klopt niet. Een verdwaalde zetpil zit in je navel, of in je oor. Of in de kont van iemand anders, dan is hij echt zijn Tom-Tom vergeten. Nee, ik bedoel natuurlijk: een goed geplaatste zetpil. Of nou ja... goed.. het hangt van je definitie van goed af. Ik ben niet iemand die zegt dat je kont per sé een goede plek is om medicamenten in op te bergen, zelfs geen zetpil. Het woord 'zetpil' is trouwens net zoiets als Y-chromosoom of X-stralen, B-stijl of A-lijn. Zetpil. C-meermin.

Maar ter zake. Ik ben mijn baan per eind augustus kwijt.
Die mensen die verwachten, misschien zelfs hopen dat ik hier een vlammende tirade zal gaan houden over de hele achtergrond van deze Saga (die geen Saga is, maar gewoon een heel slecht en abrupt eind van een leuk verhaal, alsof het papier op was en de uitgever besloot om ergens midden in hoofdstuk veertien 'Einde' onderaan de pagina te zetten, terwijl de lezer de hoofdpersonages net een beetje aan het doorgronden was en de plot elk moment een onvoorziene wending zou nemen), wel, die mensen moet ik teleurstellen. Ik ga dat niet doen. Daar ben ik niet alleen te volwassen voor -of wat in mijn geval voor volwassenheid door moet gaan-, ik heb er vooral geen zin in omdat ik er geen energie in wil steken. Ik vind wel weer iets anders voordat ik in de VUT kan.

Misschien ga ik het over een heel andere boeg gooien. Mensen die me kennen weten dat ik het van de een op de andere dag radicaal op mijn heupen kan krijgen en besluit huis en haard achter te laten tijdens een impulsieve actie. Natùùrlijk krijg ik daar achteraf spijt van, zoals ik zo vaak spijt heb. Of tenminste wat in mijn geval voor spijt door moet gaan. Ook in spijt wil ik nooit te veel energie steken. Energie kan je beter in je kont steken, gelijk een Y-chromosoom of een zetpil.

Y-chromosomen moet je nooit langer dan zeven minuten koken, anders gaan ze stinken naar het vrijgekomen zwavel. Net als je kont. Je kont zeker geen volwassener stukje schrijven, Arrrr?
Neen. Dat kont ik niet.

En laat me nu maar met rust, want ik ben orde op zaken aan het stellen.
Of wat in mijn geval voor orde moet doorgaan.

zondag, juni 19, 2011

Vaderdag


Ik ben vroeger opgevoed met het idee dat je elke dag iets uit de schijf van vijf moest eten, maar ik begrijp pas sinds kort dat dat helemaal niets te maken heeft met de grote vijf. Het is me ook maar twee of drie keer gelukt om op één en dezelfde dag een stuk buffel, leeuw, luipaard, neushoorn en olifant op te krijgen.
Niet alleen vind ik luipaard niet te vreten, maar ik heb sinds 1994 een verbod om binnen honderd meter van Artis te komen.

Wat is de deal trouwens met die verdachte pakketjes bij Ikea? Ik weet nooit precies wanneer een pakketje van normaal ineens de status 'verdacht' krijgt. Het heeft ook wel iets stoers. Een saaie rugzak die je elke dag om je schouder heen drapeert is totaal oninteressant, maar als je diezelfde rugzak een keertje op het perron achterlaat, is het ineens 'een verdacht pakketje' geworden. De rugzak voelt zich stiekem trots als een aap met zeven lullen. Eindelijk aandacht. Maar terug naar Ikea. Ik vind elk pakketje bij Ikea verdacht als het juiste aantal schroeven en moeren er in zit.

We need to talk.. about the way you've been behaving
We need to talk.. about the christmas lights in your clothes
We need to talk.. about the stranger in the kitchen
We need to talk.. about the scissors and the silver foil

woensdag, juni 15, 2011

De getemde draak

Weet je wat het is.... het is allemaal niet zo moeilijk. Ik bedoel: je luistert naar Scouting for Girls met hun wereldnummer This Ain't a Love Song, je voelt je gebroken teen, je gebroken hart en je gebroken belofte en voor je het weet, heb je alweer een inleiding voor het volgende stukje onzin geschreven.

Gisteren ben ik teruggekomen uit Turkije. Ik heb weinig van het land kunnen zien, eigenlijk alleen mijn hotel in Istanbul, mijn collega's en het pand waar we aan het werk waren. Zondag hebben we wat drank en drugs gebruikt in een chique wijk ergens bij een boulevard waar Prada, Gucci en Mercedes je toeschreeuwden, en we gingen als beste vrienden van de uitbater weer heen. De volgende ochtend was er een van katers, zweet, hoofdpijn en overgeven. Dit is leven.

Tijdens één van de lange taxiritten van ons hotel naar ons kantoor, zat ik, elleboog uit het raam en naar buiten starend vanachter mijn Wayfarers wat te mijmeren(ja, ik mijmer wel eens.) Sure, het was een zware week, met werkdagen van soms wel meer dan veertien uur, voor een salaris waar je kater niet heel veel beter van wordt. Natuurlijk, mijn collega's horen tot de beste die ik in mijn twintigjarige werkverleden heb gehad, we hebben ons bij tijd en wijle kapot gelachen om elkaar en om de situatie en we hebben al met al een supertijd gehad.

Maar ik zal jullie wat verklappen.
De mensen die mij al langer kennen, weten dat ik niet altijd de wind in de zeilen heb gehad in het verleden. De details zijn bekend bij degenen die het wat aangaat, ik zal daar niet al te veel over uitweiden. Eén periode echter, zal me mijn leven lang blijven achtervolgen. Gedurende deze periode heb ik last van een ernstige depressie gehad. Tot dat moment, was een depressie voor mij iets voor zwakke mensen. Voor mensen die je niet kent en niet zou willen kennen. Hoe kan je godverdomme depressief zijn als je alles hebt wat je nodig hebt? Get your shit together en stel je niet aan, wees anderen niet tot last en doe normaal met je dramatische gedoe.

Yep. Totdat bij mij zelf de lamlendigheid in mijn leven sloop. Ik had alle ingrediënten voor een perfect gelukkig leven, ik heb tot op de dag van vandaag nooit echt helder gekregen waar het monster ineens vandaan kwam. Misschien lag het al langer op de loer en zag het simpelweg zijn kans, gevoed door mijn angsten die ik vrijwel dagelijks moest doormaken, het geweld waarmee ik moest omgaan en de totale ellende en de onderkant van de maatschappij die ik leerde kennen. Privé had ik alles op een rijtje, maar mijn baan was er een waarbij ik soms letterlijk moest vechten voor mijn leven, de dood heb gezien, waarbij ik heb gezien wat gekte met een mens kan doen en hoe ver mensen kunnen gaan met totale destructie.
Achteraf zeiden de doktoren dat ze het niet vreemd vonden dat ik het even niet meer trok. Posttraumatisch stresssyndroom. Label het en los het op.

Slapen lukte me niet meer, ondanks de zware slaapmedicatie die ik voorgeschreven kreeg. Ik kan me een dieptepunt herinneren waarbij ik zes dagen en nachten niet heb geslapen, waarbij ik niets voelde, niet kon lachen, niet kon huilen. Ik voelde me nietig, ik zat op de bank te wachten tot de dagen voorbij waren. En er was angst. De voortdurende angst. De angst, vooral, dat dit het einde was van de Arjen die ik tot dan was geweest. Dit was het begin van het einde, als dit zou doorzetten zou ik binnen een paar maanden opgenomen worden tussen de mensen die ik kort tevoren nog alleen maar zag als ik aan het werk was.
Wat een ironie, godverdomme. De brandweerman wiens huis afbrand. De angst hield me wakker, hoe moe ik ook was. Hoe graag ik ook wilde, ik kon de slaap niet vatten. Zelfs niet met de pillen die de dokter me had gegeven.

Op de zesde dag trok ik het niet meer. Ik moest slapen, al was het maar voor een uurtje. Ik nam een driedubbele dosis van de pillen, en spoelde deze weg met een halve fles whiskey. Verdomd, het werkte. Ik viel in slaap. Puur geluk. Nu was alles goed.
Een uur later, het zal tegen zonsopgang zijn geweest, werd ik alweer wakker. Alles zag er anders uit. Of anders... het was hetzelfde maar het voelde anders. Ik droomde, dat was het. Ken je dat gevoel dat je wel eens hebt als je heel erg schrikt, of als je heel erg dronken of stoned bent? Voor een paar seconden lijk je naast jezelf te staan. Het lijkt heel eventjes of je alles droomt, of de realiteit even uit is gevallen. Daarna kom je weer bij zinnen en is het weer goed.
Dat gevoel was het. Alleen niet voor even, maar voor langer. Minuten. Uren. Ik ging met mijn vriendin -zij trok het de laatste weken ook maar moeilijk, haar altijd gezellige en vrolijke vriendje die een hoopje ellende was- naar de Albert Heijn, ik moest de straat op.

Toen gebeurde het. Het begon te sneeuwen en ik was doodsbang voor de witte vlokken. Het was of iemand een deksel op mijn hersenen plaatste, het werd donker, alles voelde raar. Ik durfde niet meer vooruit en niet meer achteruit. Ik begon te zweten, ik was bang de macht over mezelf te verliezen. Ik droomde, dat was het. Zie je wel? Het was godverdomme toch een droom! Of nee, wacht, dat kan niet. Dit is wel degelijk mijn straat, mijn vriendin en hoe vreemd alles ook voelt, ik realiseer me met moeite dat het wel degelijk allemaal echt is.

Pleinvrees. Depressie. Posttraumatische stress, hyperventilatie, angstpsychoses. De doktoren twijfelden geen moment. Komt in de beste families voor, maak je geen zorgen, Ar. Het gaat over. Het komt goed. Ook al denk je van niet. Nee, je hebt geen hersentumor, heus niet. Nee, je wordt niet gek. Je hebt alles nog op een rijtje. Behandeling. Jaar uit de roulatie. Vrienden kwijt. Onbegrip. Nooit, nooit heb ik overwogen een eind aan mijn leven te maken. Ik wil niet dood, ik wil gewoon dat alles weer normaal is! Depressie, mijn reet! Depressievelingen willen dood, ik wil leven! Dokter, help me met leven godverdomme. Ar, je bent ziek. Neem deze pil. En deze. En ik verwijs je door naar iemand die je kan helpen. Hier is haar adres.

In de jaren daarna moest ik heel veel dingen opnieuw leren.
Om weer de straat op te gaan, met de tram naar de stad te durven reizen, kostte me bijna een jaar. Maar voordat ik dat kon doen zonder het gevoel te hebben elk moment in paniek te raken, kostte me nog meer jaren.
Het gevoel wat sommige debielen hebben als ze in een vliegtuig stappen? Je ziet ze wel eens op televisie, als figurant in een mentale freakshow. Totale irreële paniek. Wat een idiote aanstellers. In een vliegtuig. Ik had dat gevoel, die pure doodsangst, godverdomme zodra ik de voordeur achter me dichttrok. De draak greep me bij mijn lurven, verslond mijn ziel en liet me als een zombie verder lopen. Als ik een winkel inliep, had ik geen oog voor wat er in de schappen stond of in de rekken hing. Welnee. Ik was puur aan het overleven. Snel graaien wat je nodig hebt, afrekenen en wegwezen. Naar huis. Naar je veilige haven.

Het proces om weer te functioneren zoals ik dat gewend was, heeft uiteindelijk jaren en jaren geduurd. Heel lang heb ik me best prima gevoeld, maar trok ik mensenmassa's nog voor geen meter. Cafés, de Bijenkorf of een concertzaal zaten er gewoon niet meer in. Ik vond het wel goed zo. Tot ik een aantal jaren geleden ook die laatste barrière heb genomen. Ik was er klaar mee. Ik besloot dat niets of niemand me klein kon krijgen. Ook die laatste shit kon ik wel bijschaven. En ik zou meteen stoppen met roken. Als je toch bezig bent...

En zie me nu. Een paar jaar later. De volle ArenA als ik mijn vrienden van U2 kom opzoeken. Drukke feesten. Slenteren door de Kalverstraat. Opeengepakt in een volle tram. Ik lach er om. Sindsdien heb ik drie relaties versleten, ben ik vier keer verhuisd en twee keer van baan gewisseld, elk jaar op vakantie geweest en weet ik zeker: ik kan de hele wereld aan. Fuck you, angst. De draak is getemd en woont al jaren bij me. Hij slaapt op mijn voeteneind en hij kijkt me vol bewondering aan, waar ik ook heenga volgt hij me als een brave hond. We houden van elkaar.

Zittend in de taxi, met de avond ervoor nog in mijn botten en de lange werkdagen hangend aan mijn schouders, met mijn ongeschoren smoel in de zon keek ik naar buiten. Istanbul zoefde aan me voorbij. Sloppenwijken, wolkenkrabbers, verkeersopstoppingen, in de verte het geluid van een sirene.
De taxichauffeur wierp gedurende een seconde een blik in zijn achteruitkijkspiegel en hij keek me aan. Ik zag vermoeidheid in zijn ogen, maar tegelijkertijd realiseerde ik me dat hij waarschijnlijk hetzelfde zag in de mijne.

Ik keek naast me op de achterbank.
De draak lag te slapen, met zijn hoofd op mijn schoot.
Ik aaide hem zachtjes achter zijn oren, terwijl ik glimlachte.

woensdag, juni 08, 2011

Posttraumatische stress

I am the one who guided you this far,
All you know and all you feel.
Nobody must know my name
For nobody would understand,
And you kill what you fear,
And you fear what you don't understand.

I call you for I must leave,
You're on your own until the end.
There was a choice but now it's gone,
I said you wouldn't understand,
Take what's yours and be damned.


Morgen ga ik naar Istanbul voor mijn werk.
Istanbul. Eén van de steden die onderaan mijn lijstje bungelen van plekken die ik zelf zou uitzoeken om te bezoeken. Ik bedoel, als ik Turken wil zien, ga ik wel naar mijn oude buurtje in Amsterdam-West. Als ik vrouwen met een snor wil zien, bezoek ik mijn oma wel in d'r woongroep. Ik zal me daar aan elke Turk die ik ontmoet voorstellen als Kurt. Kurt, omdat je het uitspreekt als Koerd. Hallo, ik ben Koerd, zal ik zeggen, puur om te kijken hoe ze reageren.

Omdat ik om de hoek bij de startbaan woon, heb ik besloten om morgen met de bus naar Schiphol te reizen, en ik herinnerde me ineens dat mijn OV-Chipkaart die ik vorig jaar voor veel geld moest kopen. Ja moest, want ik wilde twee haltes met de metro. Ik had ook toen een trajectkaart die geldig was op dat stuk traject, ik had een strippenkaart die toen nog geldig was in Amsterdam, maar ik kon alleen het metroperron op door het poortje te openen met een OV-Chipkaart. Die moest ik ter plekke kopen voor zeven Euro vijftig, plus het saldo wat ik wenste. Ik geloof dat ik er vijfentwintig Euro op heb laten boeken, dan kan je even voort. Na dat metroritje heb ik hem nog één of twee keer gebruikt voor mini-ritjes, dus er staat zeker nog dik saldo op.
Toch weigerde het ding vorige maand 'piep' te zeggen toen ik een paar haltes met de bus wilde gaan. Mijn plastic kaartje van meer dan dertig Euro piepte niet, dus ik mocht niet mee van de buschauffeur, toevallig een Turk. Of hij Kurt heette, dat weet ik niet. Ik vervloekte Nederland, ik vervloekte het GVB, ik vervloekte de vooruitgang en ik vervloekte alle Turken.

Toevallig ken ik mensen die werkzaam zijn voor de OV-Chipkaart; het bedrijf waar ik werk doet grote zaken met Translink Systems, de exploitant van die ellendige kaart.
Toen ik een tijdje geleden toch op de klantenservice moest zijn voor wat zaken, liet ik een dame even kijken of zij kon achterhalen waarom de piep uitbleef. 'Arrrrjen, er staat gewoon nog saldo op, je kaart is niet geblokkeerd, administratief is er niets mis. Je moet hem even uit laten lezen op het Postkantoor, er is iets mis met de kaart zelf' Thanks, babe. Zal ik doen.

Vandaag was de dag dat ik de daad bij het woord zou voegen: morgen een paar haltes met de bus naar het vliegveld verderop, een mooie aanleiding om mezelf op deze vrije dag te belasten met Missie Piepkaart.

Verderop in mijn straat (oh nee, ik moet 'laan' zeggen heb ik geleerd. Het is een Dure Straat met een Groenstrook in het midden en Oude Bomen, en dan is het chique om 'laan' te zeggen. Het woord 'laan' zit inderdaad ook in de straatnaam, dus ik zal er op gaan letten. Laan dus. Zo werd ik een keer half uitgelachen door een scharrelmeisje van me omdat ik mijn eau de toilette een 'luchtje' noemde. Even een luchtje opdoen, zei ik. Schijnt 'geurtje' te zijn. Geen idee, echt... geurtje is lekker, luchtje is vies, zo legde zij me uit. Ik hou nog steeds van haar, ook al heb ik haar al jaren niet meer gezien.) Maar waar was ik? Oh ja, bij mij in de straat. Laan. Daar zit een Postkantoor. Hoofdletter P want het geldt als eigennaam. Ik liep met goede moed naar het Postkantoor, met mijn kaart in de kontzak.

Bij de balie haalde ik de kaart uit de kontzak, wapperde er mee voor de ogen van het wicht en zei 'mijn kaart piept niet, en bij de helpdesk van de OV-chipkaart zeggen ze dat ik hem moet uit laten lezen, kan jij dat voor me doen alsjeblieft?' vroeg ik. Naïeveling dat ik ben. Let op, wat er nu gaat gebeuren, je gaat echt lachen. 'Dat kan ik helaas niet, meneer. Daarvoor moet u bij een Postkantoor zijn' zei ze.
'Kijk eens achter je, wat staat daar op de muur? Post. Kan. Toor. Postkantoor. Hier ben ik. Kun je me helpen?'. Ik probeerde echt om nog vriendelijk over te komen, maar ik weet dat dat tevergeefs is; mijn ogen schijnen altijd te verraden wat ik echt voel. 'Ha ha ja, ik bedoel een Groot Postkantoor' pareerde het mokkel.
Ik keek om me heen. Akkoord, ik moest meteen toegeven dat je deze plek op verschillende manieren zou kunnen omschrijven, maar 'groot postkantoor' zou de plank flink mis slaan.

'Ah zo. En waar vind ik zo'n Groot Postkantoor, schone jonkvrouwe? Vertel mij dat eens gauw, voordat ik een paniekaanval krijg?' Ik voelde een zweetdruppel langs mijn slaap naar beneden rollen, en ik kon aan het wicht zien dat zij het ook zag. Volgens mij was ze een beetje bang van me. 'Over de brug zit er eentje' loog ze.
'Over de brug? Waar? In Sloten? Nee hoor, daar zit helemaal geen Postkantoor. Waar bedoel je?' beet ik haar toe. 'Volgens mij in Osdorp, heet het Osdorp? Daar zit volgens mij een Groot Postkantoor' probeerde ze. 'Ja, Osdorp zit ook over de brug. Maar waar dan? Kun je het even opzoeken voor me alsjeblieft?'
Dat kon ze niet. Of wilde ze niet. Of weet ik veel. Ik weet vooral dat ik supergeïrriteerd de zaak verliet en in mijn auto stapte naar de plek waar ik vroeger woonde, verderop in Amsterdam. Over de brug, en dan nog een stuk rechtdoor en dan linksaf. Daar zat altijd een Heel Groot Postkantoor in de Reinier Engelmanstraat.

Binnen tien minuten parkeerde ik mijn auto voor de deur van het pand, waar de ramen van waren geblindeerd. Het oranje-witte TNT Post-bord was door vandalisme kapot en in het portiek hing een penetrante pisgeur. Pislucht. Opgeheven, gesloten, verloren en foetsie. Voor al uw postzaken (ook openbaar vervoer! stond er met de hand bijgeschreven) kunt u terecht op adres Pieter Calandlaan zoveel. Mooi zo. Om de hoek dus. Stukje lopen en ik ben er al. Toen ik de sigarenhandel annex postagentschap binnen liep, wist ik gelijk: dit gaat het niet worden. Een kopie van de tent verderop in mijn laan (ja, ik leer snel), dus ik weet al genoeg, besloot ik.

De man achter de toonbank had een bruine huid grijzend zwart haar en een ouderwetse bril, ik schatte hem in als iemand uit Pakistan of daar in de buurt. Zijn Nederlands was met een dik accent, maar toch prima te begrijpen. OV Chipkaart? Nee, mienier, niet hier. Doe ik niet mier, ies alleen maar hoofdpijn voor ons. Zijn er mee gestopt vorige jaar. Natuurlijk. Je hebt gelijk, makker. Alsnog welkom in Nederland. Enig idee waar er hier een Groot Postkantoor is? Nee? Dat dacht ik al. Of ik Albert Heijn al geprobeerd heb? Vent, wat bedoel je? Albert Heijn? Om mijn OV-Chipkaart uit te lezen? Wat? Nee, serieus... wat?

Verdrietig verliet ik de zaak, wenste de Pakistaan een gemeend fijne dag en liep terug naar mijn auto. Er stond nog een adres op het bord van het gesloten Postkantoor. Ligt redelijk op de route. Pieter Calandlaan zoveel. Zelfde laan, ander nummer. Gek, deze laan is eigenlijk een gewone straat, bedacht ik. Geen groenstrook, geen bomen. Hele theorie van een paar alinea's geleden om zeep, mompelde ik, en ik reed bijna een moeder met kind ondersteboven. Focussen, Ar... focussen.... mompelde ik weer.

Zal het iemand verbazen dat op dit adres helemaal geen Postkantoor zit, maar een pizzeria? Godverdegodverdomme, zei ik hardop in mijn hoofd. Natuurlijk. Natuurlijk is het laten fixen van je dure OV-Chipkaart een godverdommese Mission Impossible in dit godvergeten kutland. Ik reed nog een rondje extra door Osdorp, in de hoop dat ik een Groot Postkantoor kon vinden.
Oh, wat ik trouwens vergeten ben uit te leggen: natùùrlijk heb ik eerst op het internet gekeken waar ik een Groot Postkantoor in de buurt van mijn adres kon vinden, uiteraard! Je kan op de site postkantoor.nl heel goed zoeken aan de hand van verschillende criteria. Je kan op de Postkantoorzoeker zelfs aanvinken dat je een Postkantoor zoekt waar ze je kunnen helpen met Openbaar Vervoer! Mooi hoor. Alleen... daar komen dus onder andere de twee adressen naar voren waar ik onverrichter zake ben heengezonden. Echt. Ik lieg niet. En zoeken op 'groot postkantoor' op die site levert niets op.

Ik heb besloten die hele kutkaart weer onderin de la te leggen. Niet meer naar kijken, niet meer aan denken. Net als met liefdesverdriet, je stopt het weg en je denkt er niet meer aan. Snel met iets anders verder, anders trek je het niet meer. Ander keertje. Niet nu. Nu wil ik rust. Morgen koop ik wel een kaartje bij de chauffeur, als ik naar het vliegveld ga.

Dit hele zaakje stinkt. Er zit, en zo hebben we op literaire wijze de boel op de valreep weer rond weten te schrijven, zijn we maatschappijkritisch geweest, heb ik mijn gevoelens gedeeld en heb ik door middel van meerde kwinkslagen de mensen laten lachen, kortom een luchtje aan. Je moet het maar verzinnen.

zondag, mei 29, 2011

La vita e bella

Ik had beloofd een stukje te gaan schrijven over de dyslectische bokser die gnast in de ogen van zijn tegenstander las. Natuurlijk ben ik die bokser zelf, en tegelijkertijd ben ik mijn eigen tegenstander.
Een tijdje geleden had ik het met mijn beste maat over de ups en downs van het leven, dat het soms niet makkelijk is en hoe je om moet gaan met tegenslagen.

Al filosoferend kwamen we snel tot de clichématige conclusie dat je geen ups hebt zonder downs en dat je niet echt kan genieten als je niet ook echt geleden hebt.
Jawel, de twee denkers van de koude grond waren weer eens aan het werk, dit maal op de wallen, van terras naar terras dweilend.

Toch is het natuurlijk allemaal waar wat we uitkraamden. Hij zit in een redelijk lastige fase van zijn leven, en ik probeerde hem voor zover dat mogelijk is wat steun te geven door mijn eigen shit nog maar eens op tafel te gooien qua relativeringsgedoe, en vooral het idee dat als ik mezelf steeds weer weet te herpakken, dan hij dus ook. Logica van een idioot, ik weet het.

Sommige mensen in mijn omgeving hebben een ogenschijnlijk lekker leventje: huisje, boompje, beestje, twee keer per jaar op vakantie, een stel leuke kinderen (voor zover zulke monsters überhaupt leuk kunnen zijn natuurlijk; de meeste kinderen verafschuw ik en zou ik het liefst met een honkbalknuppel de schedel inslaan. Vorige week scheelde het maar een haar of ik pakte twee kleuters in de Albert Heijn bij hun respectievelijke lurven om ze met hun koppen tegen elkaar te beuken als ware het twee kokosnoten. De moeder zou ik met een broodmes in haar milt hebben willen steken en tegen haar spartelende dikke lijf willen schoppen met mijn Timberlands. Deze drie mensen hadden een bijna-doodervaring en ze hadden het niet eens door. Ik telde inwendig tot tien en voelde een druppel zweet langs mijn rechterslaap lopen. Zelfbeheersing won het ook nu weer van mijn dierlijke impulsen en ik pakte een pak Optimel met kokossmaak uit het schap, of er godverdomme niets aan de hand was.)

Maar goed, die mensen dus, die lijken alles voor elkaar te hebben, maar dat is natuurlijk niet zo. Hun hoofden zijn leeg, er zitten geen vervelende herinneringen in, geen pijn, geen doodsangst, geen tranentrekkend verdriet, geen gekte, geen wanhoop. Waar ik haast opgefokt van kan raken, is dat deze flatliners zelf niet doorhebben dat ze een tekortkoming hebben. Waarschijnlijk prijzen ze zichzelf gelukkig en zijn er mensen in hun kringen die jaloers op ze zijn.

Ik niet.
Ik heb medelijden met ze. Deze grijze dozen zijn gevuld met onzin, met lucht, met een nikserigheid waar je depressief van zou worden. Deze mensen vinden het een drama als hun Seat Leon een keer naar de garage moet, of als ze eens in de tien jaar niet op vakantie kunnen.

Vraag jezelf dit: heb jij ooit pijn gekend? En dan bedoel ik niet het soort pijn wat je krijgt als je met een hamer op je duim slaat. Dat soort pijn is voor wijven en flikkers en daar schijt ik op. Nee, ik bedoel echt pijn, de pijn die je in je hart voelt, die in je botten gaat zitten zoals reuma dat doet, verdriet dat als een kankergezwel door je lichaam woekert. Of angst? Heb je wel eens waarachtige angst ervaren? Niet het soort angst wat je hebt als je op een uitkijktoren staat, nee: angst om dood te gaan? Niet later, niet als je oud bent, maar heb je wel eens hand in hand met Magere Hein gestaan en hem op het laatste nippertje in zijn bek gespuugd en op zijn tenen gestampt? Ben je wel eens bang geweest om je verstand te verliezen? Niet eventjes, maar voor altijd? Dat je de rest van je leven in een kliniek zit tussen de gekken, dat je platgespoten moet worden voor je eigen veiligheid, en dat je je dagen moet slijten als een kasplantje met een dwangbuis in een groot wit gebouw ergens in de duinen?
Heb je wel eens zoveel fysieke pijn geleden dat je kotsend op de grond lag, dat je wenste dat je knock-out ging om niets meer te hoeven voelen door de morfine heen?
Heb je wel eens iemand bijna of helemaal dood zien gaan? Heb je wel eens iemands zelfmoordpoging net niet kunnen tegenhouden, waarna je de geur van brandende benzine en verbrand haar en vlees nooit meer vergeet en na al die jaren nog steeds de tv wegzapt als je een brandende stuntman ziet? Heb je wel eens moeten vechten voor je leven met een krankzinnige junk met een mes in zijn vuile dievenpoten?
Ben je wel eens bang dat je de ware nooit zult vinden, of nog erger: dat je haar zelf hebt weggejaagd? Ben je bang dat je nooit papa of mama zult worden omdat het bijna te laat is, of nog erger: dat je een slechte papa of mama zult worden, of nog nog nog erger: dat je kind iets overkomt?

Kortom: angst, verdriet en pijn gekend zoals het bedoeld is? Is het antwoord nee, dan heb ik medelijden met je. Hoe kun je genieten van een nest jonge koolmeesjes als je niet bang bent voor de dood? Hoe kun trots op jezelf zijn als je niet ooit zeker hebt geweten dat het einde van je leven als niet-krankzinnige naderde?

Ik heb medelijden met de gevoellozen, met de hersendoden en met de grijze muizen van deze wereld. Als een horde zombies leven ze hun leven, ze trouwen op hun vijfentwintigste (je trouwdag is de mooiste dag van je leven, zeggen ze. Mooi, heb je die vast gehad, kun je de komende zestig jaar achterover zitten) en voor ze er erg in hebben zijn ze veertig en klaar met leven. Geen ambities meer, geen dromen, geen wensen, hooguit stiekem. Dit zijn de vreemdgangers van morgen, de zuurpruimen achter de geraniums van overmorgen, de echte verliezers van vandaag.

Verwar geluk nooit met saaiheid. En een leven gevuld met ervaringen niet met pech. Pak je momenten, geniet van het kleine: een gitaarsolo die je raakt, een mooie film, een zonsondergang, het silhouet van je woonplaats aan de horizon als je na een lange dag werken bijna thuis bent. Kortom: vraag je af waar je al die jaren in godsnaam mee bezig bent geweest, pak de draad op die je aan het einde van je puberteit vast hebt laten vallen, en leef.

Lééf, godverdomme! Lééf, of ik vermoord je!!!

maandag, mei 23, 2011

De vierde man

Motherfuckers.

Ik ben er weer. Het is alweer bijna twee jaar geleden, en ik typ mijn onzin veelal op Twitter, Hyves of Facebook. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus ik probeer de draad weer op te pakken. Waar was ik gebleven? Wacht, mijn koffie is klaar, ik ben zo terug. Hang on, don't go nowhere.

Het is vandaag precies bijna vier en een half jaar geleden dat ik gestopt ben met roken, maar ik gun mezelf tenminste één verslaving, vandaar dat ik liters van dat spul in een week wegklok. Alleen in het weekend drink ik het een stuk minder, en vandaar dat ik op de eerste ontwenningsdag -jawel, dat heb je goed begrepen, de zaterdag- met een chronische half-migraine rondchagrijn en dit op iedereen die me lief is afreageer. Het zal vast een van de oorzaken zijn van mijn zoveelste alleenstaandheid of hoe zeg je dat.

Terwijl ik hier zit achter mijn designkoffiekopje van Walküre, en mijn mezenkindertjes in de verte in koor papa en mama hoor roepen, zit ik me af te vragen waar ik het eigenlijk in vredesnaam over zal gaan hebben vandaag. Waar moet ik beginnen? Dat ik tegenwoordig in een witte Smart rondrijd? (ik compenseer mijn kleine auto omgekeerd, ik bedoel; ik ben niet zo onzeker van mezelf dat ik in een BMW 3-serie rond moet rijden. Ik ben mans genoeg om in een 600cc 3-cilinder rond te rijden. Dat dat karretje een turbomotortje heeft en zes versnellingen, maakt voldoende goed.) Of moet ik gaan uitweiden over het missen van mijn katten (twee originele wonen in de hemel, en twee vervangers wonen bij mevrouw ex een provincie verderop) of anders over mijn vogelhuisje en hun bewoners, de familie koolmees? Vorige week ben ik papa geworden van een handvol roze monstertjes, ik heb beschuit met muisjes uitgedeeld op kantoor en moet vier keer per nacht opstaan omdat er eentje ligt te huilen.

Neen.
Ik ga, bedenk ik me, van wal steken over de vergankelijkheid. De vergankelijkheid en het verval en het weigeren je daarbij neer te leggen.
Kortom: over veertig zijn. Jawel.

De tekenen beginnen kort na je dertigste; er begint haar te groeien op plaatsen waar dat nooit eerder het geval was. Op je oorlel, bijvoorbeeld. Je wenkbrauwen worden wat weelderiger, en je betrapt je er op een dag op dat je eens in de zoveel tijd een paar uitstekende haartjes met een pincet uittrekt.
Dan, op een dag, spreekt iemand waarvan je denkt dat het 'een van ons' is, je aan met u en meneer . Dan gaat het hard.

Een voorbeeld. Een tijdje geleden heb ik een nieuw buurmeisje gekregen. Eigenlijk is het een volwassen vrouw van 24, maar ik noem het een meisje. Niet omdat ik haar zie als een jong wicht, maar omdat ik mezelf ook nog steeds als jongen zie. Ik ben geen meneer, ik ben een gozer. Een gast. Een dude. Ik zal nooit een meneer zijn en ik zou het ook niet willen. Dat meisje ziet er leuk uit, en zoals dat gaat, zat ze op een goede avond op mijn bank mijn koffie te drinken en te giechelen om mijn grapjes, mijn gitaren te bewonderen en zich hopelijk af te vragen hoe iemand zoals ik niet al lang gelukkig getrouwd is (dat komt ook omdat ik een gozer ben en geen meneer. Gozers trouwen niet, dat doen alleen mannen en meneren en venten. Gozers, gasten en dudes klooien wat aan). We kwamen te spreken over relaties en liefde en dat soort shit, en ze overviel me met de opmerking 'eigenlijk val ik wel op oudere mannen!'.

Ik schrok. Gadverdamme, dacht ik, oudere mannen. Wat moet zo'n leuk meisje nou met een oudere man? Ik kon met moeite mijn kokhalzen bedwingen, al haar leukigheid verdween met die ontboezeming als sneeuw voor de zon en ik wist haar binnen een mum van tijd met een smoes buiten te werken (ik heb morgen hele vroege dienst). Jammer, dacht ik, dat ze op oudere mannen valt. Raar ook. Bah. Trut.

Pas toen ik dit verhaal weken later vertelde aan een kennis, begreep ik dat ik zelf die oudere man ben. Ik moest overgeven. Huilend zat in op mijn knieën voorovergebogen boven het toilet. Ik zocht iets scherps om mijn polsen door te snijden. Een scheermes, dacht ik, en ik strompelde tussen mijn tranen door de badkamer in. Godverdomme, ik scheer me droog, realiseerde ik mezelf ineens. Afijn, de halfbakken zelfmoordpoging overleefde ik redelijk gemakkelijk, maar ik heb zelden zulke gladde polsen gehad als die dagen daarna tijdens de gedwongen opname.

Later heb ik een date gehad met dat kind. Ik heb haar meegenomen naar de Hilversumse hei, in mijn jeep. Metallica stond snoeihard aan, terwijl ik langs een zandpad tot stilstand kwam. (Ja, ik weet godverdomme dat ik in een Smart rijd, ik heb je dat net zelf verklapt, rund, maar het gaat even om het literaire schokeffect, en dat gaat nou eenmaal minder goed met wijvenauto's en flikkermuziek op de achtergrond). Ik liet haar zelf de schep dragen en de rol touw. Op mijn beurt droeg ik de jerrycan benzine en het pistool. Inmiddels heb ik weer een ander buurmeisje, dit keer een met een vreemd naar beneden hangende linker mondhoek. Als je lang met haar praat, zie je als je goed kijkt een klein plasje spuug op haar onderlip vormen. Ik haat haar. Niet alleen vanwege haar handicap, maar ook omdat ze altijd zit te mekkeren over haar werkloosheid en andere oninteressante banaliteiten. Ik wil dat ze doodgaat en dat ik een derde buurmeisje krijg, dit keer een uit een exotisch land, zo'n land waar ze altijd opkijken tegen de witte mensen die het toch net allemaal even beter voor elkaar hebben. Ik zal haar dan wijsmaken dat het in Nederland heel normaal is dat je je oudere buurman (tranen schieten in mijn ogen) zo nu en dan een pijpje komt zetten zonder verdere bijbedoelingen.

Van de week sprak ik mijn ex. Dat wil zeggen, de laatste ex. Of beter gezegd de meest recente ex. Of het de laatste is, durf ik te betwijfelen. Ze vertelde dat ze volgend weekend weer een date heeft en ze vertelde het een en ander over deze gast. Oneerlijke klootzak als ik ben, kraakte ik reflexmatig een paar zaken aan hem af. Jezus, wat een saaie kutbaan. Woont hij in Leiden? Mijn god, ik zou er niet dood gevonden willen worden. Een Volkswagen zeg je? Ik zou me nog liever opknopen dan in zo'n burgerlullenauto gezien willen worden, maar goed, als dat is waar je naar op zoek bent.... Dat niveau dus. Ik zei dat ik op de planning heb staan om voorlopig lekker alleen te blijven (gelul!) en dat ik me prima alleen kan vermaken (lieg niet!). Ik ben even klaar met relaties (met kattige trutten zoals jij ja!) en mijn verre joodse komaf niet verloochenend klaagde ik vol zelfmedelijden dat er toch niemand zit te wachten op een onvoorspelbare en rare gozer als ik. Kijk dan alleen al hoe ik eruit zie, zei ik. Tien kilo te zwaar, ik word grijs aan mijn slapen (als je slapen tot aan je nek doorlopen ja, dacht ik bij mezelf) en ik val 's avonds op de bank in slaap van het harde werken.

Ik zocht overduidelijk troost en bevestiging. Niet bewust, niet expres, het gebeurde gewoon. Troost kreeg ik inderdaad. In de vorm van een bot mes tussen mijn schouderbladen. "Ar.... lul niet zo slap, je bent hartstikke lief, superintelligent, bijzonder grappig, gevoelig en je ziet er onwijs lekker uit voor je leeftijd" zei de ex.

Voor je leeftijd.

Godverdomme. Nu ben ik er. Echt waar, die midlifecrisis valt me van achteren aan, de klootzak. De smerige mannenhoer! Hij besluipt je zonder dat je er erg in hebt, en -ik zweer dat ik hem zachtjes hoorde grinniken- lachend steekt hij zijn zwaard in je hart. Als iemand je een compliment maakt, wordt dat tegenwoordig gevolgd door de bijzin '...voor je leeftijd'.

Wat ruik je lekker... voor je leeftijd. Godverdomme Ar, wat ben je een beest in bed....voor je leeftijd. Hahahha je bent zo grappig.... voor je leeftijd..
Ik ben net op de helft, wat zeg ik: nog niet eens. Als mijn leven een voetbalwedstrijd was, zaten we nog in de reguliere speeltijd van de eerste helft. Dan nog blessuretijd en een kwartier rust. In de tweede helft kan nog van alles gebeuren, dat weet iedereen. Met god als scheidsrechter, mijn exen als grensrechters en mijn vrienden als publiek gaan we de tegenstander, de komende vijftig jaar vermomd als elf klootzakken, van de mat spelen. Ik coach mezelf en -valsspeler als ik ben- de vierde man heb ik omgekocht. Sterker ik ben zelf de vierde man. De vierde man van mijn eigen wedstrijd. En ik geef mezelf een prima kans om als overwinnaar van het veld te gaan, want ik ben in een mentale en fysieke topconditie. Voor mijn leeftijd.

maandag, juli 27, 2009

Piz Buin

Om de een of andere reden moest ik laatst denken aan een voorval wat me overkwam aan in de herfst van 2001.
De wereld stond gevoelsmatig aan de vooravond van wat misschien wel de Derde Wereldoorlog zou kunnen worden. Dagelijks berichtten de media nog over de plek die inmiddels Ground Zero was gaan heten en het was duidelijk dat Amerika zich opmaakte voor wraak.
Over een half jaar zouden Willem-Alexander en Máxima gaan trouwen in mijn stad, en ik woonde nog ruim samen met N. die haar baan als verkoopster net had opgezegd om een carrière te beginnen als tandartsassistente. Onze eigen tandarts, C. had haar gevraagd om voor haar te komen werken. Het leek ons beiden een super plan. Vorige maand belde N. mij op om me mede te delen dat zij en C. -inmiddels heeft ze mij verlaten voor onze tandarts- gaan trouwen. Het leven kan raar lopen. Uiteraard wist ik toen nog niet dat zij en die lul verliefd zouden worden op elkaar en dat die trut bij me weg zou gaan voor die midlifecrisislul met zijn Volvo stationcar, dus alles leek redelijk zijn gangetje gegaan. Net dertig geworden, leuke baan, leuk wijf, wat wil een man nog meer?

Tot ik een keer, het was tijdens het werk, in het urinoir stond te pissen en ik zag dat mijn pis bruin was. Niet donkergeel, nee, echt bruin. Thee. Sterke nog wel. Ik had geen pijn, voelde me niet beroerder dan normaal, en mijn pis was donkerbruin.
Als peuter ben ik geopereerd aan nierstenen, in de jaren zeventig had iedereen thuis een letterbak aan de muur hangen, die muur was dan ofwel oranje, ofwel geel of olijfgroen of iets dergelijks. Mensen hadden toen een nog slechtere smaak dan tegenwoordig, en ik vraag me af of er iemand is van onder de -pak hem beet- vijfendertig die weet wat een letterbak is. Ik weet dat wel, want in onze letterbak stond allerhande prullaria, waaronder ook mijn niersteen in een klein glazen flesje. Het zag er een beetje uit als een stukje wit koraal. Of een brokje kalksteen, wat het in feite natuurlijk ook was.

Toen ik voor mijn militaire dienst gekeurd moest worden, probeerde ik uit alle macht de keuringsartsen te laten geloven dat ik nog altijd vaak last had van terugkerende nierstenen, iets wat zeker niet ongebruikelijk is. Samen met mijn oom, die huisarts is in een klein kustplaatsje in een andere provincie, heb ik hemel en aarde bijelkaar gelogen om niet in het leger te hoeven.
Toen ik meer dan tien jaar later ineens donkerbruin stond te pissen, wist ik dat de natuur, mother earth, God, Jah, Allah of hoe je het ook wil noemen, wraak had genomen op mijn leugens van vroeger. Ik bedoel: je hoeft niet medisch geschoold te zijn om te begrijpen dat bruine pis betekent dat je nieren iets niet helemaal goed doen.

Droogkloot als ik ben, besloot ik het even aan te kijken, ik had immers geen enkele pijn of iets dergelijks. Ik voelde me best prima, hetzelfde als altijd, maar dan met bruine pis. Ik hoopte dat het vanzelf over zou gaan, net als een puist zonder ingreep van jezelf ook weer altijd verwordt van een esthetisch drama tot een gevoel van 'waar maakte ik me toch druk over, eikel'.
Alleen het werd niet minder. Eerder erger. Het is moeilijk te zeggen, want je raakt gewend aan het ongewone, waardoor je kiespijn in de loop van een week niet erger lijkt geworden, terwijl je jezelf gewoon voor de gek houdt en je weet dat de dag komt dat je huilend voor de deur van je tandarts staat, hem smekend om hem er uit te trekken. Dat hij er later met je wijf met dikke tieten vandoor zal gaan, daar heb je nog geen weet van. Maar goed ook, anders waren er vast meer tanden gesneuveld dan medisch noodzakelijk waren. Doch dit terzijde.

Toen ik een paar weken later met N. bij mijn ouders was, vertelde ik het mijn moeder tussen twee happen aardappel met bloemkool en een braadworstje door. Mam, pijn pis is de laatste tijd bruin. Ter demonstratie liet ik het haar na het eten zelf zien. Je moet weten dat het mens zelf verpleegkundig is onderlegd, en ik er niet aan ontkwam om nog vóór het toetje in een oude jampot (waarom bewaren oude mensen altijd zoveel jampotten?) te pissen.
Ik slofte van de wc naar de keuken, met in mijn hand een voor een kwart gevulde pot van het type Bonne Maman van de Albert Heijn. Het leek of er iemand dode cola in had geschonken, zo donker was het. Toen ik het zo aanschouwde, buiten de normale plek van de witte pispot zeg maar, zeker toen ik het smoel van mijn lieve moeder wit zag wegtrekken, realiseerde ik me pas ten volle dat dit echt niet goed was.

Mijn moeder drong er, gesteund door mijn vader en N., die eigenlijk ook nooit goed naar mijn pis had gekeken, op aan om als de sodemieter, vandaag nog, naar een arts te gaan. Of ik godverdomme helemaal gek geworden was om hier mee rond te lopen, wat ik in vredesnaam dacht, en hoe ik zo stom kon zijn om niet al veel eerder in paniek te geraken. Het leek ze ernst. Nog steeds voelde ik geen pijn, dus ik vond het allemaal wat overdreven. Kom op zeg, iedereen heeft toch wel eens donkerbruine, wat zeg ik, zwarte pis? Het Zwarte Pisfestival in de Achterhoek kennen we allemaal. Wat een gedoe om niks zeg, mijn pis is zwart. So what. Ik heb geen pijn dus het is niks.
Dat ik nog geen maand later kermend van de pijn over de badkamervloer zou liggen te rollen, smekend om hulp, dat wist ik natuurlijk niet. De dokter zou met zijn autootje naar me toe komen rijden om me een dosis morfine in de kont te spuiten. Hij bleef een kwartier, en toen hij zag dat ik nog steeds de lakens van mijn bed aan repen trok, gaf hij me een tweede dosis in dezelfde kont. Toen hij weg was, en ik in een roes van een dubbele dosis morfine kennis maakte met Elvis, Marilyn Monroe en Djengis Kahn, voelde ik dat de pijn net te verdragen was. En dat ik nog geen maand daar weer na, met spoed zou worden opgenomen, om mijn lijf vol met slangen te douwen, dat was helemáál vergezocht op dat moment. Dat zou allemaal later komen, daarover vertel ik misschien nog wel eens onder het genot van een borrel en een stijve lul.

Terug naar de avond twee maanden eerder, bij papa en mama met de jampot met zwarte pis. Nu. Dokter. Ik heb gebeld, papa brengt je wel met de auto, N. en ik blijven hier. Nee, koffie komt straks wel, ik wil dat je NU naar de dokter gaat. Hier is het adres, ze weet dat jullie eraan komen. Vergeet je shawl niet, doe je jas goed dicht en rij voorzichtig papa. Tot straks!
Hoewel de twee oudjes een hele la vol hebben staan met jampotten van allerlei formaat, leek er voor de Bonne Mamanpot geen passende deksel te zijn. In de halve paniek had kennelijk niemand de tegenwoordigheid van geest om de pis dan maar in een andere pot over te gieten, waar wel een deksel voor was. Nee, wij vieren, debielen dat we waren, dachten dat de deksel die het minst niet past, wel goed genoeg zou zijn. Kwestie van rechthouden en alles sal goed kom.

Ken je Murphy? Van Murphy's Law?
Ik inmiddels wel.
Al bij de eerste bocht die papa nam in zijn hoekige Japanner, klotste het eerste golfje lauwe pis over mijn ene hand heen. De volgende bocht, dit keer naar links, zorgde voor een nieuwe golf over mijn broekspijp. Ondanks mijn gesmeek om alsjeblieft rustiger en vooral stabieler te rijden, was de hoeveelheid pis in de pot ruim gehalveerd toen we bij de waarnemend arts arriveerden. Mijn benen waren nat en warm en mijn humeur kon niet stuk. Klootzakken. Jullie allemaal.
Kijk dan, stelletje idioten: sta ik godverdomme op een koude herfstavond in de godvergeten Marcantilaan in het grootste stuk riool van Amsterdam met een pot lauwe, zwarte pis in mijn poten naast mijn vader die denkt dat hij alles onder controle heeft, maar ondertussen van voren niet lijkt te weten dat zijn reet van achter leeft. Ik had thuis kunnen zijn, zittend op de bank met Frenk op mijn schoot en een stuk hazelnootchocola in mijn muil. This better be good, besloot ik, en we liepen de wachtkamer binnen.

De dienstdoende arts bleek een vrouw te zijn van achterin de veertig, met haar zoals Anne Frank dat had in haar minder goede periode. "Kom binnen, jij bent Arrrrjen denk ik, geef mij die pot met urine maar, dan gaan we eens kijken wat er loos is" stelde ze vooral mijn vader gerust. Nog vóórdat ik haar had willen waarschuwen dat de deksel los zat, rukte ze enthousiast de pot met pis uit mijn hand, en ik zweer je dat ze er mee schudde alsof het een lieve lust was. Als in slow-motion zag ik de witte deksel langs haar linker oor vliegen, achternagezeten door een golf van zwartbruine pis. De pis raakte haar vol in het gezicht, van haar haarlijn bovenop haar voorhoofd tot ruim onder haar onderlip. Alle nog in de fles overgebleven pis, droop in stralen van haar gezicht naar beneden.
Ik zag hoe een druppel als een donkere traan van haar wenkbrauw, langs haar neus, zo op haar onderlip verdween.
Met een glimlach van oor tot oor stond ik daar, de dokter en mijn vader verschrikt kijkend, of ze zojuist betrapt waren terwijl ze de daad bedreven. Zelden een arts met zo'n beteuterd gezicht gezien, sowieso zag ik mijn pis nooit eerder in iemands mond verdwijnen.

"Kijk uit, de deksel zit los" probeerde ik de sfeer te verbeteren.
Briesend en stampvoetend nam het wijf in de witte jas het laatste overgebleven restje zwarte pis mee naar haar behandelkamer, om het onder een microscoop te bekijken. Ze had wat mij betreft ook gewoon in de spiegel kunnen kijken.

Hoe een medisch drama toch kan zorgen voor hilariteit, leerde ik toen, die koude herfstavond in Amsterdam West.
We leefden nog lang en gelukkig en nu ga ik koffie zetten want word maar wat dorstig van al dat gepraat over pis en wijven en vaders.

Amen.

dinsdag, juli 21, 2009

Marco heeft gelijk

Dromen.
De meeste zijn bedrog. Als Marco Borsato het zegt, dan is dat gewoon zo. Trouwens, het zou wel raar zijn als de meeste dromen geen bedrog zouden zijn; stel je voor dat meer dan de helft van wat mensen dromen, gewoon uitkomt. Mijn god. Bezie de debiliteit van alle dag om je heen, analyseer het klootjesvolk wat niet kan wachten tot Carloine Tensen de winnaar bekend maakt, en je adem stokt. Als de dromen van dat volk toch zouden uitkomen, dan..... wacht eens, wacht eens, misschien sla ik de plank hier finaal mis, en zijn de meeste dromen helemaal geen bedrog, en komen de meeste dromen van het RTL-volk, de klagers, de langs-de-zijlijn-zitters, de Oranjefans, de Seat-rijders, de Amstelbier-drinkers, de Veronica-luisteraars, de Telegraaflezers en de Bobbejaanlandbezoekers wel uit. Misschien is dat precies wat er godveromme mis is in dit kloteland, dat een of andere goede geest, God, Allah, weet ik veel wie, dat om het even welke kracht ooit in een opwelling van vredelievendheid en welwillendheid heeft besloten: geef de mensen wat ze willen. Komt die lul even van een koude kermis thuis! Elke mongool weet immers (luisteren jullie mee, D66-ers) dat wat de meerderheid nou eenmaal wil, niet per sé het beste is voor diezelfde meerderheid? Ik ben daarom ook allesbehalve een aanhanger van de democratie.

Natuurlijk klinkt het zo mooi: Demos en Krateo betekenen Volk en Macht, geef de macht aan het volk en alles komt goed. Ja. Als iedereen zo slim zou zijn als jij, lezer, of nog beter: zoals ik, ja, dan zou het al een stuk beter gaan. Maar echte democratie, zoals D66 dat zou willen, met een correctief referendum, wat feitelijk inhoudt dat de macht tussentijds (dus buiten de statenverkiezingen om) beslist over allerhande maatschappelijke shit, lijkt me rampzalig. Nog een keer: kijk in de kassarij bij Albert Heijn eens links van je. Dan rechts van je. Dan naar achter, en kijk ook meteen even naar de meisjes achter de kassa en naar de jongens die de schappen bijvullen. Op de parkeerplaats kijk, nee, bestudéér je het volk verder. Kijk naar de te dikke wijven met leggings, de te kale mannen met hun wandelwagens, de onbeholpenheid waarmee dit leger van mierenmensen zich het weekend doorworstelt. Zou je echt willen dat deze mensen rechtstreeks invloed hebben op wat er zich afspeelt in jouw straat, jouw wijk, jouw stad? God bewaar me. Geef ons Berlusconi, geef ons Chavez, geef ons desnoods Mussolini of Franco terug, Hitler gaat me net iets te ver, maar fuck de democratie. Macht van het volk, mijn kloten. Het volk blijft met verkiezingen voor vijftig procent thuis, om vervolgens de komende vier jaar voor honderd procent alles beter te weten en voor tachtig procent te kankeren op de mensen die op de verkeerde partij hebben gestemd. En als er eens iemand opstaat die voor een golfslagbad in Den Haag zorgt, is er wel een of andere idioot die hem point blank door zijn geleerde hersens schiet.

Dromen zijn derhalve net als democratie: je ontkomt er niet aan, maar je kunt evengoed zonder heel die shit.

Waar ik eigenlijk naartoe wilde toen ik ging zitten achter het klavier van mijn computer, is mijn droomgedrag met jullie te delen. Mensen die mij goed kennen, weten dat ik -ja, ook ik- wel eens rare, voorspellende dromen kan hebben. Ik wil daar niet te veel over uitwijden omdat jullie het voor zeker de helft allemaal raar, vaag, eng en gelul vinden, maar de Bijlmerramp droomde ik de nacht van te voren, evenals de miskraam van een vriendin van me, net als het exacte huis waar ik in zou komen te wonen (terwijl ik niet eens van plan was te verhuizen, drong dit huis zich keer op keer aan mij op, en door een speling van het lot kwam ik er te wonen, een jaar of tien geleden). Je hebt er geen reet aan, want niet alleen kan ik die voorspellende gave, of hoe je het ook wilt noemen, niet oproepen of controleren, nee, ik kan niet eens een voorspellende droom onderscheiden van zomaar een klotedroom. Pas achteraf (meestal binnen een etmaal, dat dan weer wel) blijkt een droom zomaar uit te komen. Helaas gaat het bij mij meestal om rampen, dood, ziekte en dat soort shit. Nou wijd ik er toch veel te veel over uit, wat niet mijn bedoeling was. Weet je wat, vergeet heel die shit die ik zojuist neerkwakte over die dromen, we gaan verder naar mijn recente dromen.

De laatste paar jaar droom ik regelmatig dat ik bij mijn ouders ben, althans in hun flatgebouw. Er vindt een invasie plaats van buitenaardse wezens. De hele wereld wordt beschoten door deze gasten, het heeft een beetje de sfeer van de film War of the Worlds. In mijn droom lijkt alles zo werkelijk dat ik het heel intens beleef, en ik flip echt de pan uit, om het zo maar eens te zeggen. Het kan niet anders of ik lig dan ook te woelen en te draaien, meestal word ik midden in de nacht wakker, drijfnat van het zweet. Soms zo erg dat ik een handdoek moet pakken om mezelf af te drogen. Is dit een voorspellende droom? Natuurlijk niet. Gelul. Het zal wel symbool staan voor het een of ander, dat ik teveel masturbeer of zoiets doms.

Vannacht droomde ik over krokodillen. Ik weet niet precies meer hoe of wat, alleen dat er veel krokodillen waren, grote, kleine, en ze bedreigden ons. Wie ons was, weet ik ook niet meer, maar ik was met meerdere mensen, de straten waren ondergelopen en het water zat vol met agressieve krokodillen. Zal wel betekenen dat ik binnenkort veel geld verlies of zoiets doms.

Dat was het eigenlijk, ik droom soms raar. Over aliens en over krokodillen. Vaak word ik gebroken wakker, of met hoofdpijn, met spierpijn, hoe dan ook is wakker worden altijd het zwaarste moment van de dag.
Dromen zijn kut. Ik zou graag een referendum in het leven roepen die het dromen bij wet verboden maakt.

En nu: fuck off want ik ga mijn Les Paul pakken om er eens flink te blues uit te slaan, zolang het nog kan. Je weet het immers nooit met die blues.

vrijdag, juli 10, 2009

Buster en de Boze Buur

Ik heb een weekje de hond van mijn zus en zwager en vier kids te logeren, zolang zij in Frankrijk zitten.
Dat gaat natuurlijk prima, Buster is een superlieve Bulldog die mij al zijn hele leven kent.
Vandaag liep ik een rondje met hem rond mijn appartementenblok en ik vond het niet nodig om hem constant aangelijnd te houden, omdat hij toch wel binnen drie meter van mijn voeten blijft, no matter what.

Wrong. De eerste tien minuten gingen goed, totdat meneer het op zijn speelse heupen kreeg en wegsprintte, om zich tien meter verderop om te draaien met een duidelijke blik die zei "pak me dan als je kan!!!", met zijn korte staartje als een gek kwispelend.
Pffff... altijd zo sloom als een lui varken, en net nu ik er géén zin in heb, denkt meneer een loopje met me te kunnen nemen. Hij lijkt mij wel. Hij huppelde naar het grasveld achter het gebouw, waar -terecht- je je hond niet mag uitlaten. Er zitten 's zomers buren met een paar stoelen en een glas wijn, er wordt gebarbecued en er spelen regelmatig kleine kinderen. Honden moeten daar uiteraard niet kakken.

Wel ben ik een aantal keren na het uitlaten via dat veldje naar mijn achterdeur gelopen, met Buster aan de lijn. Als zo'n beest toch is uitgekakt en gepiest, zie ik zelf geen bezwaar om gewoon met hem over dat veldje te lopen, linea recta naar onze achterdeur. Dat noem ik geen uitlaten, maar gewoon 'met je hond naar huis lopen'. Kleine nuance, maar essentieel.


Goed, Buster liep langs de heg aan de achterkant van dat veld mij lekker uit te dagen, waarbij ik geërgerd riep "En nou kom je verdomme HIER!!!!"
Iedereen kon zien dat wat er gebeurde, alles behalve geplanned was.
Enter chagrijinge benedenbuurman van de andere hoek.
Ik had hem al eens eerder opgemerkt, omdat hij zijn rode autootje altijd precies op de hoek parkeert, op de rand van het laantje achter ons gebouw. Dus tussen het gebouw en het veldje, snap je wel? Precies in de dode hoek tussen de garageboxen, het veldje en het laantje, parkeert hij zijn autootje, zodat hij er vanaf zijn tuin mooi zicht op heeft. Het toont zijn gebrek aan vertrouwen in de medemens dat hij dat doet, denk ik. Maar iedere gek zijn gebrek dus zoek het lekker uit.

Uitgerekend deze foutparkeerder dus, sprak mij aan met "Meneer. U woont hier niet he?"
"Jawel hoor" antwoordde ik kort.
"Waar woont u dan?" vroeg hij, duidelijk niet overtuigd van mijn eerlijkheid
Nou heb ik voor niemand geheimen, maar een type wat de politieagent van het gebouw denkt te moeten spelen, je kan aan zijn hoofd al zien dat het een autoritaire klootzak is, die mag van mij in het ongewisse blijven over mijn privézaken.
Ik knikte met mijn hoofd in de algemene richting van mijn appartement, drie portieken terug van ons. "Daarzo" zei ik.
"Daarzo? Welk nummer dan?" wilde hij natuurlijk verder weten
"Dat gaat u niets aan. Vertrouwt u er op dat als ik zeg hier te wonen, dat ik de waarheid spreek. Op welk nummer precies, doet voor u niet ter zake" besloot ik.
"U mag uw hond hier niet uitlaten, en als u hier niet woont heeft u hier al helemaal niets te zoeken want het is eigen terrein". De NSB-er moest zijn briesen inhouden.
Inwendig maakte ik een vreugdessprongetje. Ik ben gek op discussies met totale vreemden, het breekt zo lekker de week, zullen we maar zeggen.
"Ik zei u al: ik woon hier wel degelijk. Het is ook mijn terrein. Ik weet dat ik hier geen honden mag uitlaten, maar zoals u misschien kunt zien, laat ik hem niet uit, maar is hij even aan mij ontsnapt en probeer ik hem te pakken te krijgen. Misschien als u mij even helpt, kan ik hem sneller van het gras krijgen en kunnen we beiden over gaan tot de orde van de dag?"
Ik merkte dat mijn beleefdheid slechts aan de oppervlakte lag. Iedereen die me langer kent dan vandaag had de opborrelende irritatie al lang kunnen merken. Mijn ogen gaan anders staan, mijn taalgebruik wordt korteraf en mijn stem wordt nog harder en bulderender dan normaal. Maar voor deze lamlul kon ik de schijn nog eventjes ophouden.

"Het is al de tweede keer dat ik u hier zie met die hond, namelijk".
Mijn god. Een achter de geraniums-zittende NSB-er, ik wist het al gelijk de eerste keer dat ik hem in zijn tuintje zag zitten tijdens de verhuizing. Wederom was mijn mensenkennis spot-on en bewees deze chagrijn mijn inschattingsvermogen en mijn vooroordelen. Al de tweede keer. Sjonge jonge. Nou nou. Al de tweede keer. Het is toch wat.
Ik glimlachte vriendelijk. "Dan heeft u één keer gemist, want het is al de derde keer" zei ik. "Wel goed opletten hoor, als u alles in de gaten moet houden". Ik voel me altijd heerlijk triomfantelijk als ik zo ad-rem ben, vooral als ik het bloed onder de ander zijn nagels vandaan lijk te trekken met een glimlach op mijn bakkes.
Wat ben ik eigenlijk een slecht mens. Arme NSB-er is natuurlijk niet gewend dat mensen zo overduidelijk het respect ontberen waarvan hij denkt dat hij het verdient. Zijn vrouw onder de duim houden, dat lukte altijd prima. Die wist niet beter; haar vader was zelf geen haar beter. Ook zijn eigen kinderen leek hij perfect te kunnen controleren. Goed, ze gingen beiden erg vroeg uit huis, en het contact is al jaren niet wat het geweest is, maar zij weten wat respect is. Hij had ze dat zelf vaak genoeg met zijn eigen riem bijgebracht wanneer ze niet precies deden wat hij zei.

Hoe was de maatschappij toch veranderd, dacht hij. Zie hem nou staan, die snotaap met zijn spijkerbroek en zijn gympies, op mijn grasveld, waar ik over waak. Pffff.... zegt dat hij hier woont. Het zal wel. Ik heb hem nooit eerder gezien, hij heeft zich nooit komen voorstellen, ik woon hier al dertig jaar en ik zou toch verdomme wel weten wie mijn buren zijn? Onbeleefd stuk vreten, vast een werkloze, te lui om zijn poten uit te steken. Dat was in mijn tijd wel anders.
De derde keer, ik heb er eentje gemist.... de brutaliteit... het liefst zou ik hem een draai om zijn oren geven, maar ik ben al een keer gewaarschuwd, van toen die ene keer een paar jaar geleden.

"Ik ben hier al een paar keer via het achterpad naar mijn portiek gelopen hoor, met Buster, zo over het grasveld. Ik laat hem dan niet uit, vind ik, ik steek gewoon over. Uitlaten is voor mij: poepen en piesen. Dat doet hij niet. Hij loopt hier slechts, en dit keer zelfs zonder mijn uitzonderlijke toestemming. Overigens, is deze auto van u? U weet toch dat u hier niet mag parkeren op last van de brandweer?"
Ik trok mijn Gandhi-gezicht. "Nou ja, zo doen we allemaal wel eens iets wat formeel misschien niet mag, maar waar je in de praktijk niemand mee tot last bent, nietwaar?
Hoe dan ook, het is mijn hond niet eens, en zondag breng ik hem weer terug naar zijn eigen gezin en dan ziet u ons nooit meer over het gras lopen"

"Oh, ok, prima" zijn opluchting leek oprecht. "Ik snap één ding alleen niet. Ik ben zelf opgegroeid met honden en ik hield ze ook nooit aangelijnd. Nooit ontsnapte er eentje, ik had ze altijd in de hand, misschien doet u toch iets niet goed". Wat een hautaine klootzak.
Ik haalde mijn schouders op, terwijl ik naar Buster keek, die inmiddels naast mij was komen zitten, en zei droogjes "Ik vind het fantastisch, meneer. Heel erg knap, maar het gaat even niet over u en uw verleden. Als u het goed vindt, ga ik weer verder want ik heb andere dingen te doen"

Ik pakte Buster bij zijn halsband vast en maakte aanstalten om verder te gaan.
Verbouwereerd hakkelde de man iets in de geest van "Meneer, wij begrijpen elkaar, merk ik, u bent het in ieder geval wel met mij eens dat dit grasveld geen plaats is voor honden, dank u wel"
Ik keek hem even in stilte aan, bestudeerde zijn gezicht, zijn lichaamshouding. Niets van herkenning, geen enkel gevoel maakte deze man bij mij los, anders dan een laf soort minachting. Ik kon me niet eens serieus aan hem ergeren, zo betekenisloos stond hij daar, voor zijn tuintje met wit plastic meubilair en zijn geraniums, naast zijn opgepoetste rood-paarse Japannertje, met zijn nette maar doodsaaie bruine pak op een doordeweekse vrijdag in de motregen. God, laat me alsjeblieft nooit zo worden, bad ik in stilte. Waar haalt zo'n kerel de tijd vandaan om zich met mijn leven te bemoeien?
"Ik denk eerlijk gezegd helemaal niet dat ik u begrijp, maar dat vind ik niet erg. Fijne dag nog, meneer" eindigde ik.

Samen met Buster huppelde ik naar nummer 99, de tweede portiek van rechts, eerste etage, daar dat appartement met die retro-lamp in de vensterbank en die ene bruine muur. Dat hippe-maar-toch-gezellige-appartement tegenover die villa van die griet met die Hummer, daar woon ik.
Bij de deur aangekomen zei ik tegen Buster: "Foei! Jij bent heel stout geweest, ben je besodemieterd! Die meneer heeft wel gelijk namelijk!!! Ooh-ooh! Stoute hond" maar ik zorgde wel dat boze buurman dat niet meer kon horen. Dat gunde ik hem nou net niet.

woensdag, juli 08, 2009

Waar was ik gebleven

Hallo lieve kijkbuiskinderen!

Zoals beloofd, na lang weg te zijn geweest, heb ik me voorgenomen om mijn eh... hoe zeg je dat, om mijn toetsenbord af te stoffen, mijn inlogcodes op te zoeken en verder te gaan met bloggen op deze plek. Natuurlijk ben ik een tijdje half bezig geweest op Hyves, maar dat is toch anders.

Waar was ik gebleven?
Wat kan ik vertellen, wat is er gebeurd? Zal ik een beknopte samenvatting geven van de belevenissen sinds de vorige blog?
Wacht even, dan monteer ik een Pepsi Max voor mezelf en zet mij teder neder.
Hier ben ik weer. Het mooie van lezen, is dat je niet doorhebt hoeveel tijd en gehannes er vaak zit tussen de ene regel en de andere. Zomaar kan er een dag tijd verloren zijn tussen twee alinea's, en je zou het niet eens in de gaten hebben. Het is de kunst om daar als auteur niet teveel over uit te wijden, anders gaat de magie van de literatuur verloren. Anderzijds hoort uitwijden nou eenmaal bij mij zoals Schanulleke bij die geile Wiske hoort, dus je zult het ook in dit seizoen met veel bijzinnen en zijstraten moeten stellen. Het leven is een rit, geen bestemming, zeg maar.

Mijn vader begrijpt dat soort shit niet. Altijd als ter sprake komt dat ik met de auto van, ik noem een voorbeeld, Haarlem naar Noordwijk ben geweest, stelt hij steevast de vraag "hoe ben je gereden?".
Meestal is het antwoord dan iets in de trand van "weet ik veel hoe die weg heet, ik reed eerst langs een station, toen een autoweg, daarna langs een of andere sloot, door een zooi bollenvelden en ineens was ik er". Dat begrijpt hij niet. Ten eerste moet je in zijn optiek een blauwdruk van het Nederlandse wegennet op je netvlies hebben liggen, met daarbij de behorende A- en N-nummers. Nog belangrijker is het, dat je te allen tijde de snelste route neemt. Snelheid is alles, en zodra je ook maar even kan, duik je de snelweg op. Hij stamt nog uit de tijd dat je op de snelweg kon doorrijden; het gaat er maar niet in dat binnendoor vaak vlugger is.
Als ik hem dan vertel dat ik het juist lekker vind om langs sloot en weiland te rijden, lekker om me heen kijkend naar al het groen, het dorpse, knotwilgen, eenden en tractors op me laat inwerken omdat dat ontspannend werkt, schudt hij meewarig zijn hoofd. "Via de A9 en de A4, eraf bij de A44 en dan via Sassenheim was veel sneller geweest" legt hij dan uit, alsof hij een beginneling de strategie van het autorijden bij probeert te brengen.

Sja. En dan? Dan ben je tien minuten eerder op het strand, en dan? Kan je tien minuten eerder naar huis, kan je tien minuten langer op de bank hangen voor de TV? Ik bedoel: lik toch mijn reet, vent, met je gehaast altijd. Als je die tijdwinst nou godverdomme eens zou aanwenden om je vrouw wat meer te helpen in het huishouden, dan geef ik je gelijk. Kook eens een maaltijd! Draai een was, doe godverdomme eens iets nuttigs, stuk uitvreter dat je eigenlijk bent, met je mentaliteit van lik mijn vestje altijd. Schrob de plee en hou je bek, met je A4 en je A9 altijd. Dat ze die hele A4 in je reet steken.

Het leven is dus een ritje. Niet alleen de bestemming telt, ook hoe je je vermaakt onderweg. Volgens mij ben ik intussen zoals gebruikelijk totaal afgeweken van wat ik van plan was; een korte samenvatting geven van hetgeen er het laatste jaar is gebeurd. Enkele hoogte- en dieptepunten:

-Ik heb twee nieuwe 501's gekocht
-Mijn haar zit nog altijd erg cool
-Ik zoek werk, want BBned is een kutbedrijf
-Ik woon in Badhoevedorp want Alphen is kut en Amsteram is nog kutter
-Ik fiets
-Ik heb een hond te logeren
-Mijn allerliefste kat Frenkie is niet meer onder ons en ik huil daar nog regelmatig om, want ik mis hem en ik zal hem altijd blijven missen en dieren mogen niet lijden en dieren mogen niet dood en had ik al gezegd dat ik hem mis?
-We -dat zijn Liek, Demi en ik- hebben een andere kat, Elvis, die woont in Alphen en hoewel hij Frenk nooit kan vervangen, is hij een meer dan waardige opvolger. Ik zal vast zijn avonturen nog eens bundelen op dit blog. Binnenkort komt daar een tweede katje bij, primeur, een halfbroertje van Elvis. Ook een katertje, hij is nu een paar weken oud en we noemen hem Pepper. De dokter.

Dat vat alles wel samen, in een notedop, of is het tegenwoordig notendop?

Verder erger ik me nog dagelijks aan allerlei shit: nu weer dat gedoe rond die kutmarokkaanse taxitaliban die een Badhoevedorper op het Leidseplein heeft doodgemept. Hij heeft al twee (TWEE, godverdomme!!!) advocaten in de arm genomen, een voor zijn strafzaak en een om alle berichtgevers aan te pakken die hem, jawel, in zijn goede naam aantasten. Goede naam. Echt waar, ik lieg niet. Goede naam.
Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourfa, die Rob Sitek heeft doodgemept, Rob Sitek, die een vrouw en drie kinderen achterlaat, die is boos omdat zijn naam, Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf, hier en daar wordt genoemd.
Dus heeft Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf een extra advocaat ingeschakeld, die Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf gaat helpen om de naam van Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf te zuiveren.
Dat die hele Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf ongezien de bloedtering mag krijgen en heel snel kamelen gaat vervoeren in het Rifgebertge. Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf, onthoud die naam.
Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf gaat het helemaal maken, deze zomer, want Sidi Mohamed Belghiti uit Ksar Chourf is boos.

Dat dus, irriteert me bijvoorbeeld. Of de hele hype rond Michael Jackson zijn overlijden. Ook dit kan ik kort samenvatten: ja, het was een bijzonder getalenteerde gast, misschien wel de grootste entertainer ooit, groter dan Elvis, groter dan de Beatles, groter dan JFK en Marilyn Monroe samen. Let op: ik zeg groter, niet beter.
Ik erken zijn belang voor de entertainment-industrie, zijn verkoopcijfers spreken voor zich.
Daarnaast was het natuurlijk een volslagen verkipt inividu, die elke binding met de wereldse werkelijkheid was verloren, voor zover hij die ooit heeft gehad. Met je zuurstoftank, je chimpansee, je Neverland en je godverdommese hele teringbende. Persoonlijk geloof ik overigens niet dat hij ooit een kind kwaad heeft gedaan, ik voel dat soort dingen aan. Ja, hij had rare ideeën over hoe je met kinderen om moet gaan, ja hij had de schijn tegen, maar nee, ik ben er haast van overtuigd dat hij nooit enige sexuele handeling met een kind heeft gehad. Hij was compleet asexueel en volslagen infantiel, hij zou niet weten wat hij met dat rare slangetje tussen zijn benen moet doen. Moest doen, want hij is nu dood.

En dat zullen we weten. Elke godverdommese scheet die deze dansende aap ooit heeft gelaten, wordt op twintig kanalen tegelijkertijd uitgezonden. Iedereen die ooit een plaat heeft gekocht van hem, laten we aan het woord om te vertellen hoe geweldig hij was, hoe aardig, hoe down to earth (ik zweer je dat ik een kutwijf dat heb horen beweren), en al die shit.

Ik zeg: hij beleefde zijn enige hoogtepunt toen hij nog bij Boney-M zong over Ma Baker en de rivieren van Babylon. Vanaf daar kon het ook alleen maar bergafwaarts gaan met hem.

En nu ben ik plotseling moe geworden van al dit getik, we zijn alweer een half uur verder, en mijn auto is dadelijk klaar van zijn APK-keuring dus ik begin maar eens te wandelen richting garage, daarbij denkend waarover ik de volgende keer eens zal gaan zitten typen.

Dag.

Ps plaatjes komen nog wel, ik moet even mijn wachtwoord voor mijn ftp server achterhalen.... denk hierboven maar een belachelijk plaatje van die dansende Bobby Farell van Boney M, waarbij hij een lelijke grimas trekt alsof net een keutel in zijn onderbroek aan het persen is.

dinsdag, januari 22, 2008

State of the Reunion




Leve Pavlov, je weet wel , van de hondjes en het belletje en zo.
Ga ik voor het eerst sinds maanden weer eens zitten voor een blogje, heb ik gelijk trek in een shot nicotine. Maar nee. Neen, hoor je me? Zegt neen tegen nicotine en zegt ja tegen de toekomst! Sluit u allen aan bij de Arbeitseinsatz, ik bedoel, de vrouw die nadenkt stemt ook NSB. Nee! Nee, dat bedoel ik niet, geef me drugs, geef me drank, geef me desnoods een schop onder mijn kont en draai mijn tepels in het rond, maar kalmeer me godverdomme of er zwaait wat, hoor je me?

Volgende week heb ik een reunie van mijn lagere school.
Nog nooit ben ik in mijn leven naar een reunie gegaan, en ik begrijp niet heel erg goed waarom ik dit keer wel acte de présence ga geven. Tuurlijk, het lijkt me leuk om het hernieuwde contact (leve Hyves!) met mijn beste maatje uit 1982 en omstreken te eh... hoe noem je dat... wel, gewoon, om hem na honderd jaar weer eens in het echt te zien, net als schooltuinmeisje-die-zich-aan-dezelfde-plant-heeft-geprikt.

Volgens mij gaan veel mensen naar een dergelijke reunie, niet om te kijken hoe het met de anderen gaat, maar om te laten zien hoe goed het met hunzelf gaat. Kijk mij eens carriere hebben gemaakt, met mijn Audi TT en mijn Armanipak? Mijn vrouw en ik gaan drie keer per jaar op de ski's staan, dat wil zeggen, als we niet in Venezuela op bezoek zijn bij de ambassadeur. Fuck off. Ik denk dat ik mijn oudste kleren aantrek, en iedereen zal vertellen dat ik bloedgelukkig ben met mijn baan als vuilnisman. Of parrtime-postbode. Busschauffeur. Aspergesteker. Weet ik veel, gewoon iets doms.

Nee, ik weet het nog beter. Ik ga niet kijken hoe het met anderen gaat, ik ga niet laten zien hoe het met mij gaat, nee, ik ga kijken hoe het met mij gaat, vijfentwintig jaar geleden.
Tussen de twintigers, dertigers en echt ouwe lullen en trutten, zal ik op zoek gaan naar een jochie van tien jaar oud. Die loopt daar ergens rond, met een bruine ribbroek en een blauw t-shirt met het getal 84 erop, zo'n Amerikaans highschool-shirt zeg maar. Kleine witte basketballschoentjes eronder, haar twee maten te lang, ogen zo bruin als die van een ree, kuiltje in zijn ene wang van dat autopedongeluk (ternauwernood kon hij nog uit zijn brandende autoped klauteren, voordat die ontplofte op het schoolplein. Wat een bikkel van een ventje was dat!) en een kop vol kattenkwaad. Geen angst, tenminste niet aan de oppervlakte, geen toekomstbeeld of valse beloften, geen verleden wat aan hem knaagt, maar gewoon: Een jong ventje in het hier en in het nu, die geniet van alles wat er op zijn pad komt, en verder nergens anders mee bezig is dan met wat hij leuk vindt. Wie er bij zijn moeder aanbelt en vraagt of hij komt buitenspelen is zijn vriend, en wie dat niet doet is dat niet. Waar is het later misgegaan met ons? Wanneer hebben we onszelf zulke vreemde principes aangepraat? Wanneer is trots in ons handboek gekomen? Was het vóór, of was het nadat we hebben gehoord dat meer altijd beter is?

Daar, tussen de grote mensen, tussen de mooipraters en opscheppers (ik zweer je dat er mensen gaan rondlopen die de BMW van hun broer lenen om een stoere entree te maken) zal een klein ventje rondlopen. Een klein ventje, vermomd als zevenendertigjarige burgerlul. Hemd net gestreken, jasje feilloos in de plooi, haardos grijzend aan de slapen maar nog net zo vol als toen, ogen zo bruin als stront, nog steeds dat afschrikwekkende litteken op zijn ene wang, en nog steeds kun je, als je heel goed kijkt, achter zijn façade van stoerheid en volwassenheid, echt waar, kun je nog steeds datzelfde kattenkwaad zien als vijfentwintig, dertig jaar geleden.

Ik zal ze eens leren, daar op die school!!!